Chris Noorduin en Maryana Hnyp werken als psychotherapeut en counselor in het vluchtelingenteam van CGG VBO in Leuven. Ik ontmoet hen voor een gesprek over hun online intervisies met psychiaters uit Charkiv.
Neergezeten in de wachtzaal komen flarden Oekraïens me tegemoet – Maryana laat haar laatste cliënten buiten. We nemen de trappen naar boven voor een lokaal dat voldoende geluidsbestendig is. Aan de overzijde van de straat halen bulldozers de oude Sint-Rafaëlsite neer.
Het gerommel op de achtergrond zal mij nauwelijks uit mijn concentratie halen het komende uur, ik zit op het puntje van mijn stoel. Stagiaire Francesca schuift mee aan. “Vermeld dat zeker,” zegt Chris. “We willen onze stageplaatsen bekend maken: zowel voor assistent-psychiaters als psychologen. Er zijn weinig plekken in Vlaanderen waar je een echte transculturele ervaring kan opdoen.”
In 2019 richtte Chris samen met Rédouane Ben Driss een team op dat werkt met mensen met een vlucht- of migratiegeschiedenis. “We hebben één been binnen en één been buiten,” vertelt hij. “Naast de consultaties in het CGG zijn we actief buitenshuis, bijvoorbeeld in opvangcentra of bij pleegzorg. We geven ook intervisies. In samenwerking met KU Leuven en UPC Kortenberg hebben we de vorming transculturele gezondheidszorg opgericht.
In 2022, na de grootschalige Russische invasie, vroeg de stad Leuven ons om de psychosociale zorg voor Oekraïense ontheemden te coördineren. Een totaal nieuwe opdracht. In onze zoektocht naar hoe we dat zouden aanpakken, ontmoette ik Maryana.”
Maryana, geboren in Oekraïne maar al meer dan twintig jaar in Leuven, brengt met haar dubbele achtergrond boeiende culturele inzichten binnen. “Mijn opleiding en ervaring ligt in de theologie en counseling met interculturele en interreligieuze koppels. Daarnaast specialiseerde ik me in rouw en verlies. Toen de oorlog uitbrak voelde ik, zoals veel Oekraïners in de diaspora, machteloosheid. Werken in dit team voelde als een geschenk: zo kon ik toch bijdragen.”
Aan het begin van de oorlog kwam Chris in contact met Oleg, een jonge Oekraïense psychiater die zijn familie in veiligheid wilde brengen in Leuven. Hij worstelde met vragen: kan ik hier werken? Blijf ik of keer ik terug?
Chris: “Hij wilde zijn verantwoordelijkheid opnemen in het psychiatrisch ziekenhuis, maar twijfelde om zijn gezin achter te laten. Een verscheurende keuze, die exemplarisch is voor veel Oekraïense mannen: veiligheid voor het gezin of voor het land.
Oleg koos om terug te gaan naar Kharkiv. Zijn familie is inmiddels in Parijs. Hij bezoekt hen af en toe, en intussen hielden we contact. Zo ontstond uiteindelijk het idee: zouden we niet af en toe online intervisies organiseren?”
Intervisies met een frontlinie
Sindsdien ontmoeten Chris en Maryana regelmatig Oleg en enkele collega-psychiaters uit de regio Charkiv. De inzichten die daaruit voortkomen nemen ze mee naar hun team.
Chris: “Voor de oorlog was het een gewoon psychiatrisch ziekenhuis. Ze deden goed werk, bijvoorbeeld met verslavingsproblematieken of depressie. Maar de oorlog heeft een enorme impact gehad. Dat zie je aan de huidige patiëntenpopulatie: veel soldaten met ernstige trauma’s, sommigen keren terug van het front, anderen die binnenkort weer moeten vertrekken.
Daarnaast zijn er de families van deze soldaten, en hun kinderen. Vaak spelen er vragen zoals: ‘Papa komt terug en gedraagt zich zo vreemd. Hoe gaan we daarmee om?’ Er is ook veel individueel en collectief verlies. Regelmatig trekken ze eropuit naar gebieden die onder bezetting hebben geleefd en nog weinig vertrouwd zijn met geestelijke gezondheidszorg, vooral in dorpen in Oost-Oekraïne.”
Maryana: “Vanuit historische achtergrond zijn Oost- en West-Oekraïne erg verschillend. Oost-Oekraïne stond lang onder Russisch bewind, West-Oekraïne onder landen als het Pools-Litouwse Gemenebest, Hongarije en Oostenrijk. Dat had een sterke invloed in de ideeën over democratie en vrije meningsuiting.
Door de oorlog vervagen die verschillen echter. Mensen in Oost-Oekraïne ervaren zelf ook hoe onlogisch het is wat Rusland doet. Ze zijn vooral bezig met overleven.”
Samenspraak: “Waar ligt Charkiv in dit geografisch en politiek speelveld?”
Maryana: “Charkiv ligt in Oost-Oekraïne, vlakbij de Russische grens. Het was ooit een grote, bruisende stad van 2,5 miljoen inwoners, met talrijke universiteiten en een rijk intellectueel en cultureel leven. Inmiddels is de stad grotendeels verwoest, maar de trots en veerkracht blijven aanwezig.
Dat merk je ook in onze intervisies. Ondanks de oorlog werken de mensen door. Ze brengen hun kinderen naar opvanglocaties waarvan ze niet weten of ze veilig zijn, want Rusland valt burgerdoelen aan.
De psychiaters en hun collega’s proberen logica terug te brengen in het leven van mensen die dat nauwelijks nog kunnen zien. Tegelijkertijd moeten ze zelf betekenis blijven geven aan wat hen overkomt. Wanneer ze naar ons uitreiken, zijn ze op zoek naar connectie met de normaliteit van het leven, naar een gevoel dat het leven, ondanks alles, nog doorgaat.”
Samenspraak: “Brengen zij ook iets over hun persoonlijke geraaktheid in tijdens de intervisies?”
Chris: “Absoluut, inmiddels wel. In het begin was het heel formeel, alsof ze een examen kwamen afleggen. Maar na drie jaar samenwerken is er een band, een sympathie, een vriendschap ontstaan. Soms vragen ze: ‘Chris, hoe is het weer in België?’ of ‘Hoe was je vakantie?’ Het voelt vreemd om daarop te antwoorden. Hoe kan ik zeggen dat mijn vakantie fijn was, terwijl zij de hele nacht wakker lagen door de drones?
Voor hen is het een teken van het gewone leven. Ze vinden het prettig om te horen dat mijn dochter die ochtend niet luisterde, maar ook wanneer ik iets zeg over bijvoorbeeld een gebombardeerde kleuterschool. Dan voelen ze: ‘Ons verhaal is bekend bij jullie.’ Die witnessing is erg belangrijk.
Tegelijk blijft het ongemakkelijk, net zoals bij ons werk met vluchtelingen hier. We ervaren voortdurend onze geprivilegieerde positie tegenover de mensen die we ontmoeten. Dat ongemak is een vast onderdeel van ons werk waar we ons steeds in moeten verhouden.”
Inzicht in oorlog en trauma
Chris: “De uitwisseling heeft me veel geleerd over oorlog: wat oorlog is en wat het doet met een samenleving. Scholen, bibliotheken, universiteiten… alles wordt doelbewust gebombardeerd. Het culturele weefsel van een samenleving verdwijnt, terwijl juist dat weefsel nodig is om te kunnen leven, rouwen, studeren.
Het gevoel van veiligheid verdwijnt als je je kinderen niet naar school kunt sturen, en dat heeft ook economische gevolgen: hoe kun je werken als de kinderen thuis zijn? Hoe meer zij hierover vertellen, hoe beter ik begrijp wat oorlog doet met families, opvoeding en hechting. En natuurlijk neem ik dat mee naar andere casussen: mensen uit Palestina, Soedan, Syrië, Afghanistan… Het verrijkt ook ons team. Op die manier leren wij heel veel van die intervisies.”
Samenspraak: “Hoe zijn de inhoudelijke klinische uitwisselingen? Wat voor kwesties dragen ze aan?
Maryana: “Ze komen altijd voorbereid, ondanks al deze abnormaliteit van hun leven. In het begin brachten ze casuïstiek over verstoorde slaap, angst, paniekaanvallen. Maar naarmate de oorlog voortduurt, merk je hoe de klachten steeds zwaarder worden.”
“Op een dag deelden ze een verhaal dat me erg geraakt heeft. Het ging over een soldaat die voor een week of twee thuis was, voordat hij opnieuw naar het front moest. Hij zocht hulp omdat hij niet meer sliep en gedrag begon te vertonen dat hij niet kon verklaren.
Op een ochtend werd hij wakker in het bos. Zijn vrouw zat naast hem op haar knieën, met haar handen op de rug gebonden. Op dat moment besefte hij dat hij zichzelf niet meer onder controle had — dat hij overal gevaar zag, zelfs op de plek die veilig zou moeten zijn: thuis. Hij zat midden in een herbeleving, een dissociatieve episode. De collega’s presenteerden deze casus en vroegen onze suggesties.
Natuurlijk deelden we onze ideeën, maar tegelijkertijd voelde ik hoe confronterend het is dat dit hun dagelijkse realiteit is. Zo ontstond het besef dat het waardevol kan zijn om kennis en ervaring van elders te verzamelen — kennis die iets toevoegt aan wat wij zelf kunnen bieden en die hen helpt hun cliënten beter te ondersteunen.
Want waar zij mee geconfronteerd worden, gebeurt letterlijk ‘in het moment’: ze moeten snel reageren, een behandeling plannen, beslissen wat mogelijk is in een kort tijdsbestek. Wat kun je doen voor iemand die slechts twee weken thuis is voordat hij weer vertrekt?”
Samenspraak: “Dat lijkt me een erg specifieke context, nauwelijks te vergelijken met de situaties waarmee wij doorgaans werken.”
Chris: “Ook bijvoorbeeld op het vlak van medicatie. Je wil die mannen, die straks opnieuw moeten vechten, niet sederen. Maar wat geef je dan wel? Dat zijn heel specifieke klinische vragen.”
Maryana: “Je zou ook kunnen ingrijpen in het ruimere proces: vragen of hij wat meer tijd kan krijgen om te stabiliseren. Maar toen bleek dat die man zelf zo snel mogelijk wilde terugkeren — uit plichtsgevoel, uit loyaliteit. Als hij op het front geen innerlijke rust kon vinden, vond hij die daar evenmin.
Op dat punt begonnen we na te denken over hoe de collega’s van de intervisie te verbinden met kennis die elders bestaat, in plaats van te veronderstellen dat wij alle antwoorden hebben. Zo ontstond het idee om webinars te organiseren in samenwerking met andere organisaties.”
Een aanvullend aanbod van kennisdeling
Chris: “Het idee is dat we de intervisies gewoon laten doorgaan, maar daarnaast parallel iets specifiekers organiseren. Dat doen we zonder budget — we krijgen hier geen subsidie voor. Het is al drie jaar puur ‘bricolage’, maar wel ontzettend waardevol. Ik leer er zelf veel uit en het geeft echt voldoening.
In zekere zin toont dit dat je niet altijd moet wachten op subsidies. Als we dat hadden gedaan, waren we nu drie jaar later, terwijl we intussen al heel wat mooi werk hebben verricht. En wie weet kan de overheid daar ook iets van opsteken — eerst kijken wat er in de praktijk al werkt, en dán beslissen waar middelen naartoe moeten. In plaats van andersom.”
Samenspraak: “Wat voor webinars zouden jullie graag organiseren, en welke organisaties zouden hieraan meewerken?
Chris: “De Interactie-Academie zal een webinar verzorgen rond systemisch werken met trauma binnen familierelaties: de geweldspiralen die kunnen ontstaan, en hoe je daar als hulpverlener mee omgaat. We werken hiervoor samen met Kris Decraemer, die veel expertise heeft op dit terrein.
Voor het luik rond oorlogstrauma zijn we in gesprek met Harvard University. Zij hebben uitgebreide ervaring in het werken met veteranen — zowel op medicamenteus, psychiatrisch als therapeutisch vlak — en ook rond de meer collectieve dimensies van trauma.
Het voordeel van webinars is dat we de hulpverleners in Oekraïne niet vragen om uitgebreid materiaal te lezen; daarvoor hebben ze de mentale ruimte niet. Wat ze nodig hebben, zijn live online ontmoetingen: gesprekken, nieuwe inzichten, uitwisseling. Heel concreet en direct toepasbaar.”
Daarnaast proberen we ook ander ondersteunend materiaal aan te reiken. Zo hebben we contact met een Nederlandse organisatie die een boekje uitgaf voor kinderen van wie de vader terugkeert van het front met traumaklachten. Het legt in begrijpelijke taal uit wat er aan de hand is.
Dat materiaal is intussen ook in het Oekraïens beschikbaar. Dat zijn kleine, maar betekenisvolle interventies. Op die manier proberen we een netwerk op te bouwen tussen België, Nederland, Harvard — een soort knooppunt waar de collega’s in Charkiv bij terechtkunnen.”
Samenspraak: “Wat hebben jullie uit deze samenwerkingen geleerd?”
Chris: Harvard bracht ons het inzicht dat oorlogsvoering voortdurend verandert. Vroeger waren er loopgraven, later andere tactieken, nu spelen drones een centrale rol. Die constante aanwezigheid — het scannen van de lucht, het geluid — creëert een nieuw soort trauma. Het is geen eenmalig bombardement, maar een permanente dreiging, waardoor mensen in voortdurende hypervigilantie en hyperarousal leven.
Slecht slapen en elk geluid als gevaar interpreteren is bijna ‘genormaliseerd’. Het is een normale reactie op een abnormale situatie, maar doordat de situatie zo lang duurt, is er nauwelijks mogelijkheid tot herstel.
Dit uit zich in geagiteerd gedrag, dissociatie, agressie of afvlakking, en soms verslavingsproblemen als manier om spanning te dempen. Het is een nieuw type trauma, waarin Harvard ervaring heeft. Zij zullen hier ook training over geven.”
Oude antwoorden op nieuwe vragen
Chris: “Maar soms duiken ook de oude inzichten opnieuw op: spiritualiteit, religieuze verklaringen…”
Maryana: “Precies. Dat was voor ons een opvallende observatie. Ik herinner me een casusbespreking aan het begin van de zomer. Wij hadden het over ‘humaniserende effecten’ in therapie, maar zij begonnen spontaan te spreken over God.
Geloof biedt hoop, en gebed werkt soms meer ondersteunend dan medicatie. Spiritualiteit en religie zijn dan geen bijkomende gespreksthema’s, maar een echte hoeksteen in hoe ze geestelijke gezondheidszorg vormgeven.”
Chris: “Ik denk dat dit ook te maken heeft met de rechtstreekse confrontatie met het kwaad. Wij kunnen theoretisch nadenken over ‘het kwaad’, maar zij maken het elke nacht op een brute manier mee.
Dat raakt je mensbeeld en wereldbeeld tot in de kern. Dan is het bijna vanzelfsprekend dat je teruggrijpt naar religie om antwoorden te zoeken die je in de reguliere therapeutische praktijken niet vindt.”
Samenspraak: “Was Oekraïne voor de oorlog al een sterk religieus land?”
Maryana: “Ja, Oekraïne was altijd al relatief religieus, of beter: spiritueel. Er is geen dominante staatsgodsdienst, volgens mij als enige land in de post-Sovjetregio. Alle religies hebben dezelfde status; op dit moment zijn er zo’n 34 religies en religieuze bewegingen officieel geregistreerd.
Spiritualiteit zit verweven in het DNA van mensen, in hun overtuigingen en in hoe ze betekenis geven aan thema’s zoals kwaad, lijden en dood. Dat zijn onderwerpen die zich moeilijk laten vangen in de taal van mensenrechten of juridische logica. Spiritualiteit biedt een andere woordenschat, ook wanneer het gaat over veerkracht en hoop.
Als je dat element wegneemt, of doet alsof het niet bestaat, wordt het moeilijk. Want net daar zoeken mensen hun antwoorden. Wij proberen te combineren: we luisteren, reiken onze visie aan, maar tegelijk heb ik soms het gevoel dat wij meer van hen leren dan zij van ons.”
Een oorlog zonder einde?
Chris: “Het is interessant om dit te vergelijken met de situatie van mensen hier in België. Ook voor hen duurt de oorlog lang; het uitblijven van perspectief begint zwaar te wegen op gezinnen. Het is een samenleving waarin veel families uit elkaar zijn gerukt, en hoe langer dat duurt, hoe moeilijker het wordt.
Soms vergelijk ik het met een botbreuk: het bot kan herstellen, maar soms op een kwetsbare of misvormde manier. Zo zoeken deze gezinnen naar nieuwe stabiliteit. Aanvankelijk houden ze beide opties open: twee scholen, twee huizen — één hier, één in Oekraïne.
Maar wanneer kies je om je volledig te richten op het leven hier? Dat zijn vragen waar ze nu mee worstelen. In het begin voelde ik veel vitaliteit, hoop en strijdvaardigheid, maar dat is moeilijk vol te houden.”
Maryana: “Je ziet dat ook breder in de samenleving, in de solidariteit die men toont. Er is een zekere ‘Oekraïne-moeheid’. Het niveau van betrokkenheid is niet meer als voorheen.”
Samenspraak: “Is de vraag dan hoe dit vol te houden? Zowel in Oekraïne als voor jullie als team?”
Maryana: “Ja, en ik denk dat de intervisies onze collega’s in Charkiv en ons hier in België daarbij echt helpen. Het zorgt ervoor dat we niet uitgeput raken. Ze houden ons verbonden met wat er daar gebeurt — niet via tv of nieuwsberichten, maar via menselijke uitwisseling. Door de gesprekken, de wederzijdse hulp die we geven én ontvangen.”
Veiligheidsnetten weven
Maryana: “In deze fase is het belangrijk manieren te vinden om met rouw en verlies om te gaan. Mensen verliezen familieleden, maar ze verliezen ook iets dat breder is dan henzelf: ideeën over vrijheid, over wat een gelukkig leven betekent, over wat democratie eigenlijk inhoudt.
Om zulke vormen van verlies te dragen is collectiviteit nodig. Mensen moeten erkenning kunnen voelen, ervaren dat er getuigen zijn, dat er verbinding is met anderen.”
Chris: “Je ziet inderdaad dat mensen meer nood hebben aan een soort collectieve onderlaag die betekenis geeft. Maar tegelijk is die onderlaag zelf beschadigd. Ze wordt verwoest door de oorlog: scholen, universiteiten, historische gebouwen worden gebombardeerd, maar ook het sociale weefsel – gezinnen die uit elkaar gerukt worden, veel mensen die overleden zijn.
Daardoor kan die dragende laag haar functie minder goed vervullen. En omdat er minder collectieve steun is, worden individuele processen van rouw en trauma bemoeilijkt. Het gevolg is dat individuele psychische problemen zwaarder worden.”
Maryana: “Daarom besteden we veel aandacht aan groepsprocessen en gemeenschapsvorming. In de collectieve opvang was er bijvoorbeeld een kindvriendelijke ruimte ingericht waar kinderen konden spelen en ondertussen spraken we met de moeders in een groep, samen met een collega van SOS Kinderdorpen. Dan zie je hoe verhalen in die groep een plaats krijgen.
Zoals een vrouw die haar man verloor en zich afvraagt hoe ze dit aan haar kinderen moet vertellen. Samen droegen deze moeders zorg voor de kinderen die hun vaders verloren hebben. Op dezelfde manier gingen ze ook aan de slag met het weven van ‘veiligheidsnetten’ voor de soldaten. Letterlijk, aan grote weefgetouwen, als gezamenlijk project om naar Oekraïne te sturen.”
Samenspraak: “Dat lijkt op wat jullie nu proberen te doen met het intervisieproject: samen met andere organisaties een breder netwerk ‘weven’ dat kan ondersteunen en dragen. Ik hoop dat het een stevig vlechtwerk mag worden, en dat dit artikel daar een bijdrage aan kan leveren.”
