B20PlPpCMAIsYn3

Samen schreeuwen in de polder

Deze column is ook gepubliceerd in ‘What the body does remember’, het nieuwe nummer van het Systeemtheoretisch Bulletin, met als thema lichaam, lichamelijkheid en beweging. De bijdragen belichten o.a. de idee dat in en door interacties, een ‘lichamelijk weten’ ontstaat: een preverbaal begrijpen dat geen interpretaties of analyses nodig heeft. 

Regelmatig denk ik aan de standaardzin van mijn vader: ‘Ik ben vader A en heb geen kinderen.’ Deze zin heeft hij geleend van het jaren zeventig tv-programma Zo Vader, Zo Zoon. Het programma draaide om het raden van de onbekende vader uit een groep van vier personen. De vaders werden aangeduid als vader A, B, C en D. Mijn vader gebruikte het als hij even geen zin of tijd had voor zijn kinderen.

‘Ik heb geen kinderen’, de zin van mijn vader, werd voor mij een beschrijving voor mijn eigen situatie: ik voel me vader van Walter, zonder het te zijn.

Walter is als twaalfjarige jongen door toeval in mijn leven gekomen. Hij woonde in een instelling voor ernstig verstandelijk gehandicapte kinderen. Ik kwam daar als dienstweigeraar… en keek mijn ogen uit in deze bijzondere wereld.

Walter heeft een ernstige verstandelijke handicap en hechtingsproblemen waardoor hij beperkt vertrouwen heeft in anderen en tegelijkertijd vrijwel volledig afhankelijk is van die anderen. Dit is een voortdurende bron van frustratie voor Walter. Hij probeert vat op zijn leven te houden met een gestructureerde daginvulling waarin hij veel dwangmatigheden en rituelen inbrengt.

Walter kan niet praten, wel geluid maken en hij heeft een goed lijf dat vraagt om beweging.

Omdat Walter geen contact had met zijn familie en ik veel behoefte heb om iets voor iemand te betekenen, ontstond er een match waar we beiden gelukkiger van zijn geworden.

Ondertussen is Walter 43 jaar, komt hij één dag in de vier weken bij mij thuis en tussendoor bezoek ik hem in de instelling om te gaan wandelen.

Ik hecht veel waarde aan de relatie met Walter omdat ik van hem hou én altijd ben ik opgelucht als ik hem weer terugbreng naar de instelling: oef, het is gelukkig weer goed gegaan. Dat is niet vanzelfsprekend omdat zijn innerlijk wantrouwen en heftig temparement een ontvlambare combinatie vormen als de dag niet verloopt zoals verwacht. Een dag met Walter hangt aan elkaar met veel structuur, herhaling en voortdurend bieden van nabijheid. Veranderingen zijn mogelijk als die beperkt blijven tot variaties op ‘wat er is’.

Voor Walter is het moeilijk om in contact te zijn. Toen Walter nog klein was, en ik nog sterk, zat hij tijdens het wandelen op mijn nek en soms mocht ik hem rondzwieren. Als Walter op mijn nek zat, maakte ik wilde sprongen zodat hij me wel vast moest houden. Het was mijn behoefte, misschien ook van Walter, en ook onderdeel van een langdurig proces naar meer contact. Over Walter werd toentertijd gezegd dat hij niet in staat was om in contact te zijn. Toch maakten we een begin en hadden er plezier in.

Het opbouwen van vertrouwen en contact is een zoektocht met nogal wat beren op de weg. Er spelen veel factoren een rol: lichamelijke verstoringen bij Walter die ik niet opmerk en als ‘iets’ niet helemaal klopt. Dit ‘iets’ kan een hendel van het raam zijn dat niet goed staat of een verstoring in het programma, hoe onbenullig dan ook.

Vanwege zijn innerlijke angst is Walter alert op zijn omgeving. Zo voelt hij aan hoe het met mij gaat. Als ik in gedachten afdwaal en even niet alle aandacht voor hem heb, reageert Walter met een gil of bijt op zijn hand. Vaak wordt het me pas later duidelijk wat hem dwars heeft gezeten en soms ook niet.

Toch is er een opgaande lijn. Natuurlijk heeft dit van doen met dertig jaar continuïteit en met een groeiend inzicht en besef. De verschuiving van verbieden van ongewenst gedrag naar ‘mee bewegen’ maakt dat spontane bewegingen communicatie worden.

Het mee bewegen is onderdeel van mijn houding geworden. Ik leg contact door bezig te zijn met waar Walter mee bezig is, samen en toch apart. In huis bijvoorbeeld rammelen we met kralen die geluid maken. Als ik een variatie aanbreng in het rammelen heb ik soms even zijn aandacht, een seconde oogcontact, een lachje of een snelle aanraking. Als er contact is maken we om beurt een geluidje; ook hierbij geeft een variatie even een reactie. We zien er samen de lol van in, het is iets wat we samen doen en hebben. Zie het niet te groot, vijftien seconden is maximaal, maar het is er wel.

Buiten lukt het om het wat groter neer te zetten. Via een bezoekje aan de kathedraal lopen we de stad uit, de polder in. Vaak lopen we dan volledig afgestemd naast elkaar: Walter slaat een arm om me heen en we lopen in elkaars ritme. Dit geeft een vertrouwd gevoel en innerlijke rust. Soms spelen we dat Walter hard op mijn uitgestoken hand slaat; dit geeft een harde klap. We proberen het geluid zo hard mogelijk te laten zijn. Net als met de kralen geven beurtwisseling en variaties een ingang tot opbouw van contact.

Walter wordt regelmatig gecorrigeerd als hij hard schreeuwt, in de polder mag het. Ik schreeuw met hem mee om vervolgens dit om beurt te doen, volumewisseling aan te brengen en af te laten zwakken tot heel zacht. We kunnen er samen van genieten en Walter kan daarna goed toestaan dat ik hem stevig vastpak. Het voelt alsof we op dergelijke momenten samen beseffen dat het wel goed zit tussen ons.

Dit inzetten op bewegen en mee bewegen, waardoor beweging communicatie wordt, maakt dat Walter en ik steeds beter op elkaar zijn afgestemd. Dat geeft een basis voor meer rust en vertrouwen. Hierdoor hoeft Walter minder op zijn hoede te zijn, alsof hij ervaart ‘het komt allemaal in orde als ik bij Martin ben’.

En dan altijd weer de ontnuchtering… zijn wantrouwen wint het gemakkelijk. Walter voelt zich pas gerust als ik in de keuken sta te koken, dan weet hij zeker dat het goed zit met het eten. Vanaf dat moment kan hij zichzelf toestaan om minder alert te zijn. En dan te bedenken dat hij nooit zonder eten bij ons is weggegaan… Ook dit is wat er is, en waartoe ik me probeer te verhouden door te blijven investeren in aandacht, positief contact, nabijheid en vermijden van escalaties.

Contact met Walter zal een levenslange zoektocht blijven waarbij we onze successen vieren en met vallen en opstaan een weg zoeken om verder te groeien. Het is een zoektocht die de moeite waard is omdat het gevoel van verbondenheid het leven kleurt.

 

Maarten Van Mil werkt als systeemtherapeut bij De La Salle in Boxtel en bij de polikliniek seksualiteit van De La Salle.

mmil@delasalle.koraalgroep.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *