theo-maassenjpg

Frozen, Theo en Bas

Opgeleid worden vanuit een systeemtheoretische visie heeft iets met me gedaan. Het heeft mijn werk beïnvloed en mijn denken hervormd. De visie heeft mijn dagelijks leven geïnfiltreerd.

Meer en meer is mijn leven vervlochten geraakt met termen als inzet, betrokkenheid, bedoelingen en effecten. De systeemtheoretische visie stroomlijnt mijn interne dialoog en maakt dat ik soms op een wellicht wat abnormale manier kijk naar zaken die voorbij komen.

Een voorbeeld: Ik verdenk de makers van de Disney filmhit ‘Frozen’ van enige kennis van systeemtheoretische concepten. Heel deze film is immers toch gebouwd rondom het concept bedoeling en effect?  Soms proberen mensen negatieve effecten te voorkomen, zoals hoofdpersonage Elsa, door zo min mogelijk het contact aan te gaan met de buitenwereld. Onze jongste generatie krijgt, tussen de regels en de liedjes door, de boodschap mee: ‘het vermijden van negatieve effecten leidt vaak tot alleen maar meer negatieve effecten’.  Anna, Het zusje van Elsa, ondervindt deze effecten gedurende een zeer lange periode. Getuige dit fragment:

Wanneer u dit fragment niet kunt koppelen aan bovenstaande tekst dan raad ik u aan om de film in zijn geheel te bekijken, bijvoorbeeld in het gezelschap van een minderjarige die u al geruime tijd kent.

Op een eigenaardige manier bevestigt zo’n film voor mij de relevantie van de systeemtheorie. Uiteraard kan je stellen dat mijn invulling van de ideeën die leven bij medewerkers van Disney nogal arbitrair is. Maar ik vind het vooral fijn om een theoretisch concept zo terug te zien ergens. De zichtbaarheid van de theorie stelt me gerust.

Het zien van de film ‘Frozen’  past in een lange rij van kleine, plezierige verrassingen. Verrassingen die plezieren omdat ik ze ervaar alsof er iets wordt gezegd als:

‘Zoals jij denkt over dat concept bedoeling en effect…dat is nog niet zo gek. Ik kijk ook een beetje zo. Kijk maar… Zo kijk ik.’

Cabaretiers als Wim Helsen en Theo Maassen spreken bijvoorbeeld soms zo tegen mij. Zo kwam ik onlangs weer een fragment tegen waar meneer Maassen worstelt met identiteitskwesties. Hij speelt voor mij, de eerste vijf minuten, met het concept dat je identiteit samenhangt met je ervaring van overeenkomsten en verschillen. Terwijl hij naarstig op zoek is naar overeenkomsten (“heb jij ook gemeenschappelijke hobby’s?”) toont hij ook de complexiteit van identiteitskwesties aan ( “sommige mensen zeggen; je moet gewoon jezelf zijn maar ja, zo ben ik niet!”) op een manier die voor mij sterk resoneert met systeemtheoretische concepten rondom dit onderwerp.

En laatst werd ik geruststellend verrast toen ik het artikel van columnist Bas Heijne las. In zijn beschrijving van een heen en weer tussen een burger en politicus, gebruikt hij een taal die ook ergens lijkt aan te sluiten bij onze taal aangaande onderwerpen als communicatie en context. Hij illustreert onder meer hoe complex communicatie kan zijn wanneer contexten en betekenisverleningen sterk verschillen.

In zijn artikel citeert hij de filosoof Kierkegaard:

“Wanneer mensen dat gevoel van onderlinge verbondenheid met anderen niet langer werkelijk voelen, begint ieder van ons zichzelf te zien als de vertegenwoordiger van iets algemeens. We brengen dit ‘vertegenwoordiger zijn’ mee in onze ontmoetingen met anderen. Dit vervlakt onze relaties en maakt ze abstracter.”

Het zien van Frozen, Theo Maassen en het lezen van Bas Heijne geeft me een gevoel van onderlinge verbondenheid. Het maakt dat ik mezelf wat minder zie als de vertegenwoordiger van een systeemtheoretische visie. Misschien ga ik hen eens attenderen op de aanwezigheid van deze blog.

 

Paul Castelijns is kinderpsycholoog, systeemtherapeut en werkzaam als staflid bij de Interactie – Academie.

Referentie:

Heijne, B. (2 januari 2016). Nederland, niet langer verbonden. NRC Handelsblad, p. xx-xx.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *