building-bridges-bw

Non Violent Resistance & ‘the road’ ahead

“It will happen, but it will take time”

John Bowlby 

Geweldloos verzet & nieuwe autoriteit. Het zijn begrippen die in menig hulpverleningskader minstens aan de oppervlakte gekend zijn en in verschillende organisaties zelfs als onmisbaar worden beschouwd. Een kennismaking met deze visie & methodologie is goed beschikbaar in Nederland en Vlaanderen. Het is mooi om te zien hoe professionals, hoewel trouw aan de basisprincipes, een verscheidenheid aan theoretische verrijking & praktijktoepassingen blijven ontwikkelen.

Internationale inbedding & dialoog

Historisch-filosofisch verankerd  in zowel het theoretische werk van Martin Buber als de geëngageerde protest-structuren van Mahatma Gandhi & Dr. Martin Luther King, heeft de therapeutische benadering die door Haim Omer en zijn team aan de universiteit in Tel Aviv is ontworpen de voorbije 15 jaar een stevig internationaal draagvlak gekregen. Getuige daarvan o.a. de 4e internationale Non Violent Resistance Conference, die eind mei 2016 doorgaat in Malmö, Zweden. Wereldwijd biedt deze benadering inspiratie, stut en steun voor gezinnen & (professionele) zorgdragers die te kampen hebben met soms als zeer uitzichtloos ervaren patronen van agressie, isolatie, dwang en angst.

Deze internationale dialoog heeft naast betrokkenheid, uitwisseling & reflectie nog een bijkomende taak. Ze kan haar vertegenwoordigers immers ook blijven voorzien van een scherpe & genuanceerde geest, met een noodzakelijk kritische stem die tegenwind biedt aan theoretische simplificering en een al te smalle, methodisch-protocollaire definiëring. Ook in een hulpverleningslandschap waarin organisaties zich verplicht zien om een helder en transparant hulpverleningsaanbod te hanteren, dient de afweging ‘wat zou deze hulpverleningsingang voor dit gezin op dit moment betekenen’ een primaire vraag te zijn. Een haperend stappenplan gaat immers al gauw stiekem ‘aan de cliënten’ liggen. Het is duidelijk dat het effect van deze benaderingswijze in zijn uitvoering niet mag gaan verhinderen waar ze in eerste plaats voor ontwikkeld is: het steunen van cliënten in soms zeer schrijnende omstandigheden.

Een samenwerkingsmodel

Geweldloos verzet /nieuwe autoriteit in optima forma is eerder een samenwerking dan een vorm van behandeling. Dit brengt met zich mee dat wij ons als professionals deelgenoot (blijven) maken van een cultuur van de-escalatie. Mensen die voor de zorg instaan van kinderen & jongeren komen soms in chronische interacties van dwang & conflict met elkaar terecht vanuit grote onderlinge verbindingen en in de meest complexe omstandigheden. Als zij dan hulpverleners & therapeuten tegenkomen die hen daarvoor op de pijnbank leggen en hen een (opvoedings)model in de maag splitsen, is dat contraproductief en zelfs oneigenlijk.

Je kan geen morele doelen vooropstellen als je gebruik maakt van twijfelachtige wegen. Ook als dat eerder onderhuids gebeurt. Als men zegt dat men wil samenwerken, maar er eerlijkheidshalve geen ruimte is voor twijfel en afwegingen in de eigen gedachten, staat dit haaks op de oorsprong van de benadering. Hier alert voor blijven: ook dat is waakzame zorg.

Laten we dus een milde wenkbrauw optrekken als we de veronderstelling proeven dat geweldloos verzet een benadering is die aan ouders of professionals ‘top down’ moet worden aangeleerd. Laten we in ons werk liever een authentieke ontmoeting van mensen vooropstellen die, hoewel ongelijk in posities, gelijkwaardig is in engagement. Onze groeiende kennis van geweldloos verzet is dan in eerste plaats een voorstel in plaats van een antwoord.

Een zorgzame en gelaagde conversatie

Ik denk hierbij ook aan de spitse woorden van Alice van der Pas. Vrij vertaald zegt ze: ‘als de omstandigheden wegen op de (ouderlijke) werkvloer, wees dan spaarzaam met je veroordelingen maar gul in het organiseren van de nodige support.’ De buffers die ze hierbij beschrijft, zijn voor een hulpverlener of therapeut die zich door de werkwijzen van geweldloos verzet laat inspireren bijzonder herkenbaar.

Ze onderscheidt deze als volgt: een (sociale) gemeenschap die zich als belanghebbend en geïnteresseerd opstelt, een haalbare taakverdeling en het beschikbaar stellen van mogelijkheden om gedachten te kunnen formuleren of expertise uit te wisselen. And last but not least: de ervaring dat wat zij doen & denken waarde(n)vol is, dat er gave terreinen zijn, dat er ondanks alles, nog heel wat lukt.  Een dialoog vanuit geweldloos verzet leidt naar een dergelijke zorgzame en gelaagde conversatie. Met een inter-afhankelijk karakter, waarin mensen in hun contexten begrepen worden en er met ieders veelzijdige betrokkenheid wordt gewerkt.

The road ahead

Deze complexe, maar daarom geenszins incoherente ontmoeting vind ik bijvoorbeeld terug in een scene uit de film The Road, naar het gelijknamige boek van  Cormac McCarthy. Hier wordt, tegen de achtergrond van een post-apocalyptisch USA, het verhaal verteld van een vader en zijn zoon in een strijd tegen de hopeloosheid. Voor zij die de film nog niet hebben gezien en zich graag blanco in de ervaring willen storten, even opgepast: ik ben helaas verplicht om de plotontwikkeling vrij te geven om de scene toe te lichten.

Bij de start van één van de laatste scenes uit de film is de vader van de jongen net overleden. Verkrampt, verward en fundamenteel geraakt door alle traumatische gebeurtenissen staart hij in de diepe mist van de kustlijn. Een gerafelde man met een wapen achter de schouder komt toe uit de verte. De jongen neemt hem onder schot, met de woede en de angst die zo deel zijn gaan uitmaken van zijn dagelijks leven. De man komt tegenover de jongen staan en strekt zijn hand.

Ik vertaal letterlijk de scene.

‘Waar is de man waar je bij was?’

Beiden kijken ze naar de met een laken overtrokken vader. De man laat zijn hand zakken.

‘Was hij je vader?’

De jongen knikt.

‘Ja. Hij was mijn papa’.

‘Misschien moet je met mij meekomen?’

De jongen verscherpt zijn blik en zet het pistool op scherp.

‘Ben jij één van de goeie’?

‘Ja, ik ben één van de goeie. Waarom stop je dat pistool niet even weg?’

‘Ik mag het door niemand van me laten afpakken, wat er ook gebeurt’.

‘Ik wil je pistool niet, ik wil gewoon niet dat je het op me richt.’

De jongen laat zijn wapen zakken. De man en de jongen zijn even stil.

‘Kijk, je hebt twee keuzes.’

De man gaat zitten.

‘Je kan hier bij je papa blijven of met mij meegaan. Als je hier blijft, hou je dan weg van de straten.’

De jongen kijkt naar de man.

‘Hoe kan ik weten dat jij één van de goeie bent?

‘Dat kan je niet zeker weten. Je zal het een kans moeten geven.’

‘Heb je kinderen’?

‘Ja, die hebben we.’

‘Heb je een zoontje?’

‘We hebben een jongen en een meisje.’

‘Hoe oud is hij?’

‘Ongeveer zo oud als jij, misschien een beetje ouder.’

‘Heb je ze niet opgegeten?’

‘Nee’.

‘Jullie eten geen mensen?’

‘Nee, we eten geen mensen’.

‘En…draag jij het vuur?’

‘Draag ik wat?’

De jongen wijst met het pistool naar zijn hart.

‘Het vuur’.

De man kijkt hem rustig aan.

‘Je bent een beetje vervreemd, he jongen.’

De jongen richt zijn pistool.

‘Wel, draag je het?’

‘Ja, ik draag het vuur’.

‘En ik kan met je meegaan?’

‘Ja. Dat kan je.’

 

Ik ervaar in dit fragment in sterke mate de principes van geweldloos verzet. Aanwezigheid zonder escalerende dwang. Betrokkenheid zonder versmachting. Steun voor het haalbare naast bescherming voor het verschrikkelijke. Het erkennen van de impasse, zonder er mee samen te vallen. Als het doel om houvast te bieden ook het effect creëert dat er houvast wordt gevonden, ontstaat er een ontmoeting. Een voorstel. Een zorgzame start.

Are you carrying the fire? Tot in Malmö.

 

 

Willem Beckers is maatschappelijk werker en systeemtheoretisch psychotherapeut. Hij werkt als staflid bij de Interactie-Academie en als psychotherapeut bij De Vliegeraar, een praktijk voor kinderpsychiatrie en gezinstherapie.

Referenties: 

Omer, H. (2007). Geweldloos verzet in gezinnen. Een nieuwe benadering van gewelddadig en zelfdestructief gedrag van kinderen en adolescenten. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Omer, H. (20111). Nieuwe Autoriteit. Samen werken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.

Omer, H and Lebowitz, E (2013). Treating childhood and adolescent anxiety. John Wiley &Amp; Sons Inc.

Jakob, P. (2011). Re-connecting parents and young people with serious behaviour problems. Child-focused practice and reconciliation work in non violent resistance therapy. New Authority Network International.

Jakob, P. (2013). Geweldloosheid en gezinnen in crisis. Cocreatie van positieve gezinsnarratieven tegen de achtergrond van trauma, deprivatie, middelengebruik en belastende sociale contexten. Systeemtheoretisch Bulletin, Interactie-Academie

Van der Pas, A. (2003). A serious case of neglect: the parental experience of child rearing. Critical review of scientific literature on parenting and child rearing, outline for a psychological theory of parenting, and proposal for a new theoretical model regarding problems of child rearing. University of Chicago Press(Uitgeverij Eburon Delft, 2003) 

Martin Buber (2010), Ik en Jij. Uitgeverij Bijleveld.

3 thoughts on “Non Violent Resistance & ‘the road’ ahead

  1. Prachtige column! Kleine aanvulling op de literatuurlijst: in 2015 is een vernieuwde 2e druk van het boek ‘geweldloos verzet in gezinnen’ verschenen met geheel herziene handleiding voor ouders.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *