1024px-Blek_le_Rat_-_Last_Tango_in_Paris

TangoXperience: de dans als relatietherapie. In dialoog met Chaja Kaufmann

Als psychotherapeuten gaan we voortdurend met paren in gesprek. Samen zoeken we taal om hun zorgen te verwoorden en nieuwe, andere wegen te ontdekken. Maar in een therapeutisch proces werkt het lichaam evenzeer als het hoofd en vertelt het zijn deel van het verhaal. Tangotherapie is een middel om, naast woorden, de lichaamsdialoog van de partners als aangrijpingspunt voor verandering een plaats te geven. In het leiden en volgen, de vloeiende of juist stokkende bewegingen van deze Argentijnse dans wordt veel zichtbaar en voelbaar zonder dat het onder woorden hoeft te worden gebracht. Verandering ontstaat ook in beweging en in lichaamservaring .  Chaja Kaufmann ontwikkelde deze vorm van danstherapie niet als vervanging van maar als aanvulling op partnerrelatietherapie. Als er geen cadans is in de relatie helpt bewegen, elkaar aanraken, … om vanuit de beweging deze ervaringen te verwoorden, te visualiseren en zo zicht te krijgen op de blokkades in de partnerrelatie. En als er één cadans op de dansvloer ontstaat, kan dat ook helpen om die opnieuw in het samenleven te krijgen.  

Chaja Kaufmann  ontvangt mij in haar praktijk in Hellouw, een dorp in het hart van de Betuwe. In haar praktijk, waarin beweeglijkheid al vorm krijgt door de inrichting (verschillende plekken en mogelijkheden om te zitten, ruimte om te  bewegen), ontvangt ze individuele cliënten, paren en groepen voor psychotherapie en lichaamsgerichte therapie. Voordien deed ze veel ervaring op in verschillende domeinen binnen de ggz, nu werkt ze voornamelijk in haar eigen praktijk.

Dat gebrek aan belangstelling voor lichaamsgericht werken in de psychotherapie heeft me altijd gestoord. Alles moest vertaald worden naar het verbale niveau

Ze spreekt over haar passie voor wat in en tussen mensen gebeurt maar ook over haar passie voor lichaam, beweging en dansen, vooral voor tango. Het was ook haar ambitie de liefde voor dans en die voor psychotherapie te combineren in haar werk, want ze studeerde in 1985 in twee richtingen tegelijk af: als klinisch psychologe en als danstherapeute. Maar die combinatie werkte tijdens het solliciteren eerder tegen me. Ik leek overgekwalificeerd als danstherapeute – want ik was ‘ook’ nog klinisch psychologe – en voor de psychologen was die danstherapie niet interessant. Dat gebrek aan belangstelling voor lichaamsgericht werken in de psychotherapie heeft me altijd gestoord. Alles moest vertaald worden naar het verbale niveau; als therapeut moest en moet je nog altijd in een stoel tegenover je cliënt zitten. Neem eens op de grond plaats, ga naast mekaar staan , laat ons eens samen bewegen of iets doen; dan denkt de cliënt gelijk ‘wat doet die nou voor iets geks?’ En iemand aanraken is al helemaal ongepast.

Toch liet het lichaam zich niet negeren in haar werk. Chaja Kaufmann is zowel cliëntgericht psychotherapeut (tevens leertherapeut en supervisor) als lichaamsgericht therapeut. In haar werk met OLK-cliënten werkt ze vooral met conversieklachten, waarbij het lichaam heftig gaat spreken. Het fysieke lichaam lijkt medisch gezien ongehavend en toch zijn er uitvalsverschijnselen. Welke verborgen agenda slaagt er dan in het lichaam te ontregelen. Hoe kan ik die agenda, samen met de cliënt lezen,  is voor haar een belangrijke vraag.

Chaja Kaufmann ontwikkelde zes jaar geleden een geheel eigen vorm van bewegen met elkaar en luisteren naar elkaars ervaringen op deze momenten. Ze noemde het TangoTherapie, een naam die ze later veranderde in TangoXperience. Een therapeutische ervaringsvorm primair gericht op paren die willen werken aan hun relatie en de steeds terugkerende ‘ destabiliserende’ patronen in die relatie. Ze geeft de weekends of dagen Tangoxperience  samen met tangoleraar Roberto Rizzo .

Maar waarom uitgerekend tango?

Diegene die leidt, volgt en diegene die volgt, leidt. Iemand kan niet geleid worden zonder dat hij of zij het wil

De tango is een fascinerende dans, vooral de Argentijnse versie ervan. Er is sprake van een improvisatiekader en tegelijk van duidelijke regels. Tango is eerst en vooral een spel van leiden en volgen. Meestal leidt de man, maar hij moet dat op zo’n manier doen dat de vrouw hem kan volgen. Als hij niet kan leiden, is zij niet in staat te volgen; maar ook: als zij niet kan volgen, is hij niet goed in staat haar te leiden. Bovendien weet je door het improvisatiekarakter niet van te voren wat er van je verwacht wordt. Met het hele lichaam worden veranderingen en bewegingen aan elkaar doorgegeven. Een paar dat vloeiend danst, is dus een paar dat elkaars bewegingen en intenties goed aanvoelt. Daar zit een belangrijke overeenkomst met het functioneren van een paar in het dagelijkse leven; ook daar ontstaan patronen en cirkels van interactie die zich steeds opnieuw herhalen en soms ongrijpbaar of onverklaarbaar zijn.

Op mijn vraag of het steeds de man is die leidt en de vrouw die volgt, geeft ze aan dat dat niet hoeft. Je kan ook wisselen. De vrouw kan leiden en de man volgen. Ook bij homoparen moet hierin  steeds een keuze worden gemaakt. Het is enkel belangrijk dat je vooraf beslist wie leidt en wie volgt. Dit is misschien interessant en een meerwaarde in het gebruik van tango in therapie, bijvoorbeeld hoe je hiermee kan experimenteren, veranderen en variaties aanbrengen. De culturele tradities maken echter dat het wel meestal de man is die leidt en de vrouw die volgt. Tegelijk stelt Chaja dat leiden en volgen bij tango relatief is. Diegene die leidt, volgt en diegene die volgt, leidt. Iemand kan niet geleid worden zonder dat hij of zij het wil. In die zin gaat het veel meer over coördinatie, aanvoelen en in mekaar grijpen van bewegingen.

Met de ballroomtango heeft dit niets te maken, voegt ze eraan toe. Dat is een Europese variant van de Argentijnse, vol ingestudeerde bewegingen. De dansers hebben bovendien even vaak geen als wel oogcontact, want de hoofden draaien vaak van elkaar weg, terwijl de partners  bij de Argentijnse tango voortdurend op mekaar betrokken zijn middels het centrum van elkaars torso; bij elke beweging blijven de torso’s op elkaar gericht.

De tango gaat in essentie over (aan)voelen, maar ook over samenwerken en over volgen en leiden,  meent Chaja Kaufmann. Sommige mannen zijn in staat haar – een zeer ervaren danseres – in vervoering te brengen op de dansvloer, andere ‘sleuren’  haar over diezelfde dansvloer en bij weer anderen is zij juist degene die niet aanvoelt dat hij het ritme van de muziek wil volgen en niet het ritme in haar hoofd. De tango heeft zeker een erotisch element, maar de dans ontstond in de arbeiderswijken van Buenos Aires waar mannen met mannen dansten, in een poging te ontspannen na het dagelijkse zware werk. Er zijn passionele tangodansers in vele landen van de wereld die zich avond aan avond aan deze dans overgeven. De tango mag dan een dans lijken waarin de man de vrouw verleidt, ze is vooral bedoeld om de vrouw te laten schitteren en minder hem. Al deze contradicties maken de tango des te fascinerender en ook des te bruikbaarder voor de specifieke therapievorm die Chaja Kaufmann ontwikkelde.

In non-verbale contexten is ieder mens vele male authentieker; ofwel, het lichaam jokt zelden

“Tangotherapie is niet voor elk paar geschikt,” waarschuwt ze. “Er zijn paren die al zoveel problemen hebben dat ze niet meer elkaar willen dansen. Er mag geen geweld in de relatie zijn en er moet een minimum aan vertrouwen en bereidheid zijn om aan de relatie te werken.  De relatie mag dus niet op het punt van breken staan.  Daarom houd ik altijd een intakegesprek van anderhalf uur. Het meest geschikt is deze therapie voor paren die zoekend zijn in hun manier van samen-zijn,  voor paren die al langer bij elkaar zijn en elkaar in de loop der tijd wat zijn kwijtgeraakt of die de relatie op bepaalde gebieden misschien als verstikkend en ‘te gewoontjes’ zijn gaan ervaren. Het brengt ook wat avontuur en spanning in de relatie. Onbekende aspecten van de partners komen misschien terug meer op de voorgrond en ‘vergeten’ relatieonderdelen komen terug meer in het voetlicht.

Uit de vele intakes en evaluaties komt naar voren dat ‘relatieonderhoud’ voor veel paren een vergeten kind is geworden. Alles wordt geregeld en gepland ; huis, werk, auto, tuin, kinderen, ouders, vrije tijd. Maar voor werken aan de verbondenheid als partners is vaak weinig tijd over. Het alledaagse ritme van het leven slokt veel energie en weinigen slagen erin tijd voor elkaar in te plannen en te regelen. Eveneens blijkt dat elkaar aanraken in dat alledaagse ritme slijt en veelal wegglijdt. Veel paren hebben te weinig tijd en ruimte om er gewoon voor mekaar te zijn en hierbij stil te staan. TangoXperience is voor mij, zegt Chaja, een ervaringssessie waarin het non-verbale gedrag centraal staat. Dit in tegenstelling tot de alledaagse werkelijkheid die doortrokken is van verbale en causale logica. In non-verbale contexten is ieder mens vele male authentieker; ofwel, het lichaam jokt zelden. Deze omkering is eigenlijk de basale invalshoek van de TangoXperience.

In  tangotherapie ontstaat nog een omkering. Meestal vindt de vrouw dat het paar in therapie moet en tijdens de gesprekken voert zij vaker dan hij het woord. Op de dansvloer moet hij gaan leiden en zij volgen. Paren hoeven bovendien niet goed of zelfs überhaupt te kunnen dansen om in het spel van beweging en stilstand een facet van hun relatie te ervaren.  Een ander belangrijk aspect is dat paren tijdens de tangoXperience soms ook kunnen ervaren dat ze samen iets leuk doen, dat ze op elkaar inspelen en dat ze na het weekend samen iets bereikt hebben. De tangoleraar zorgt er dan ook steeds voor dat de paren na een weekend een (kleine) basis van tango in ‘de benen’ hebben.

Tijdens het dansen is er vooral  lichaamscontact; hoe is dit voor paren en hoe gaan ze ermee om? Wat als ze steeds wegkijken en weg ‘neigen’ en de opdracht krijgen het eens anders te proberen?  Op welke manieren kunnen ze met hun lichamen verbinding maken ? Tijdens het dansen ontstaan allerlei gedachten en gevoelens bij de partners. Dit zal hun dansen beïnvloeden, maar deze keer wordt er eens niet gepraat  over de gedachten en emoties. Ze voelen aan met hun lichamen en proberen andere manieren van in contact zijn met elkaar. Waar raken de lichamen mekaar, wat zijn daarbij de instructies van de tangoleraar en de therapeute en hoe gaan ze daar samen mee om. Hoe blijven ze in balans, hoe houden ze evenwicht en hoe slagen ze erin te bewegen en hierbij die twee lichamen te coördineren?  Is het prettig mekaar aan te raken op bepaalde delen van het lichaam of voelt dat vreemd en ongemakkelijk?  Al dansend en voelend zijn de paren zo het hele weekend met elkaar in interactie.

Een voorbeeld. Een koppel was 35 jaar samen. Hij was een lange man, zij een kleine vrouw. Tijdens de dans boog hij steeds naar voren en helde zij naar achteren. Hij strekte zich beschermend over haar uit en zij liet zich dat welgevallen. Maar je zag ook hoe hij uit balans stond en hoe weinig ruimte zij had. Zelfs al heb je beiden een verschillende lengte, je hoeft niet zo te dansen. Het is zelfs niet optimaal. Bestaat het gevaar dat dit beeld overtrokken is? Dat het enkel illustratief is voor hun manier van dansen en niet voor hun relatie? Chaja Kaufmann antwoordt dat deze observatie op de dansvloer nooit de enige mag zijn. Ook uit de intake en de gesprekken tussendoor kon ik opmaken  dat zij zeer zorgzaam voor hem was en hij zeer beschermend voor haar. Tegelijk waren lichaamsvlakken waarmee ze eigenlijk contact moesten maken – de borstkassen – van elkaar weggedraaid. Wat ik zie kunnen de dansers voelen. De kunst van de tangotherapie is dat momentum niet te doorbreken met een overstap van het non-verbale naar het verbale. Ik blijf in de beweging en laat het paar in een andere houding dansen. In dit geval: hij meer rechtop en in balans, zij minder vastgeklampt aan hem. Zo stelde ik hun lichamen in staat de extra bewegingsruimte te ervaren en die zich later te laten ‘herinneren’ .

Natuurlijk is het leuk als ze het tangovirus te pakken krijgen, maar het belangrijkste is dat ze naar elkaar zijn toe-bewogen, letterlijk en figuurlijk

Tangotherapie lijkt moeilijk  voor paren waarbij één van beide partners nauwelijks gevoel voor ritme heeft, maar evengoed voor koppels die wekelijks op dansvloer staan en de tango goed beheersen. Gaat de tango de therapie dan niet volledig overschaduwen? Toch niet, zegt Chaja Kaufmann, omdat de tangoleraar met wie ik samenwerk heel goed in staat is om alle mensen weer tot de essentie van de beweging terug te brengen, onder meer door ze met elkaar te laten ‘lopen’; een basale beweging van samen bewegen en samen afstemmen.

Tangotherapie kan deel uitmaken van een partnerrelatietherapie. Ze kan er ook aan vooraf gaan of na de therapie opgestart worden. Paren die bij Chaja de tangodagen of weekends volgen zijn soms mensen die bij haar in therapie zijn maar ook paren die doorverwezen worden door andere therapeuten. Ik denk dan ook dat tangotherapie een nuttige aanvulling kan zijn op de therapie van een andere relatietherapeut. Als je een paar hebt dat al langer samen is en dat is vastgelopen, stuur ze dan naar een tangoweekend. Ik heb echt geen enkele ambitie om de therapie vervolgens ‘over te nemen’ en voor het koppel is het hoe dan ook een weekend om er even helemaal uit te zijn en een teken dat therapie ook simpelweg ‘leuk’ kan zijn. Maar helaas bespeur ik veel schroom als ik dat aan het eind van een workshop op een congres suggereer. De drempel is zowel voor paren als voor therapeuten nog erg groot.

Uit mijn enquêtes blijkt nochtans dat het overgrote deel van de deelnemers de tangotherapie als waardevol heeft ervaren. Niet alle problemen zijn opgelost, maar vaak hebben ze een gevoel van verbondenheid ervaren. Daarnaast hebben ze een aantal patronen in hun relatie ontdekt en doorvoeld. Een klein van hen deel is daarna gaan tangodansen, want in het weekend met mij hadden ze zich een paar  stappen eigen gemaakt en geleerd in één vloeiende beweging met elkaar te dansen. Natuurlijk is het leuk als ze het tangovirus te pakken krijgen, maar het belangrijkste is dat ze naar elkaar zijn toe-bewogen, letterlijk en figuurlijk. Waar het om ging is dat ze elkaar opnieuw leerden aanvoelen en dat die twee verschillende ritmes waarin ze hun lichamen – en dus hun relatie- bewogen meer tot een aangevoelde cadans hadden teruggebracht. Die ene cadans is niet alleenzaligmakend om de relatie weer in het gareel te krijgen maar wel een belangrijk element. De houding en de beweging zijn er. Het lichaam weet de weg weer een beetje .

_____________________________________________

Mieke Faes is psycholoog, staflid en systeemtheoretisch psychotherapeut bij de Interactie-Academie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *